In het werk van Fred zijn als vaste motieven te herkennen: vergankelijkheid, herinnering, schoonheid en verleiding. Deze motieven zijn tegelijk zijn drijfveren om te schilderen.
Het befaamde landgoed Kareol te Aerdenhout, vormt een rode draad in het leven en werk van Fred. Het gigantische complex was rond 1910 geënsceneerd naar de slotscène van Wagners opera "Tristan en Isolde".
Als kleine jongen zwierf Fred vaak door het toen al verlaten huis en park met zijn trappen en vijvers.
De afbraak van dit beschermde monument in 1978 dwong hem zich opnieuw tot de schilderkunst te wenden. Alleen zo kon hij vasthouden wat verdween. Jarenlang bezocht hij na de sloop van het huis het landgoed om er de vervallen restanten in hun strijd tegen de natuur te schilderen, die even onbarmhartig als onherroepelijk haar hoofdrol opeist.
Het Kareol werd zijn metafoor van de vergankelijkheid en zin en onzin van het streven naar perfectie.
Vergankelijkheid roept zo ook scheppende krachten op.
|
|
|
|
Kareol
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|